Échte ervaringsverhalen
van anderen

Lilian en Harrie runnen al 20 jaar een gezinshuis

Lilian van Hout runt samen met haar man Harrie een gezinshuis. Al 20 jaar bieden zij jongeren een veilige en warme plek om op te groeien. Op dit moment heeft Lilian 4 jongeren in de leeftijd van 12 tot 17 jaar in huis. Zelf hebben ze ook nog twee volwassen dochters die nog thuis wonen. Zij vertelt over een ochtend uit het leven van een gezinshuisouder.

Lilians dag begint altijd vroeg. Lilian: ‘Vanochtend zelfs heel vroeg. Ik kon echt niet meer slapen. Dus maar even een film gekeken en wat in huis gerommeld. En ik neem even rustig de tijd voor mijn eerste kopje koffie. Om half 8 heb ik de tafel gedekt en staat Lotte op.’ Voordat we zelf ontbijten, voeren we samen de paarden. Lotte lijkt niet lekker in haar vel te zitten. Al snel kom ik erachter dat Lotte het maandelijkse familiebezoek van haar moeder, broertje en zusje dat gepland staat, wel erg spannend vindt. Nu haar moeder net een baby heeft, gaan gesprekken alleen hier over. Ik beloof Lotte vanochtend haar moeder te bellen om het bezoek uit te stellen.

De drie jongens zitten op de middelbare school, dus zij hebben thuisonderwijs. De afspraak is dat om 9.00 uur iedereen klaar is met ontbijten en douchen. Structuur is belangrijk, helemaal voor Alex die een vorm van autisme heeft. Hij stond er halverwege het schooljaar niet al te best voor, maar thuisonderwijs heeft hem goed gedaan. Op het speciaal onderwijs gaan examens wel door, dus dit is het moment om te laten zien dat hij het kan. Ik heb daar alle vertrouwen in. Met Sam bel ik even. Hij woont sinds 2 jaar bij ons, maar was bij zijn moeder toen Nederland op slot ging en moest daar toen blijven. Gelukkig gaat het goed.

Als iedereen aan de gang is, bel ik meteen met de moeder van Lotte om de afspraak even uit te stellen. Dan draai ik even een wasje. In een gezin van acht personen zou je denken dat de wasmachine de hele dag draait. Valt reuze mee. Ik vind zelfstandigheid belangrijk, dus doen ze zelf wat ze zelf kunnen. Dus hun eigen was en hun eigen kamers. We wonen met z’n allen in een gezin en ik geef iedereen alle liefde, maar het is ook mijn werk. Waar de jongeren ook vandaan komen, wat ze ook hebben meegemaakt, mijn doel is dat ze weer vooruit kunnen kijken. En dat ze in de periode die ze bij ons wonen een fijne tijd hebben. Meestal lukt dat, soms ook niet. Om welke reden dan ook. Met een aantal jongeren hebben we nog steeds heel goed contact. Onze eerste pleegdochter – we waren eerst pleegouders – die 14 jaar bij ons gewoond heeft, heeft gisteren een dochtertje gekregen. Dus ben ik nu ook oma!

Verder lezen? Bekijk hier het hele verhaal.

,,Mijn doel is dat ze weer vooruit kunnen kijken.''

— Lilian




Petra en Alex stelde hun huis open voor Naomi

Naomi werd in maart 2019 geboren en geplaatst bij Petra (51) en Alex (57).  Zij hebben hun huis niet alleen opengesteld voor het kindje, maar ook voor haar moeder Nel. En dat maakt deze crisispleegzorgplaatsing bijzonder!

Op 1 april werd Petra gebeld door pleegzorgwerker Saskia. ‘Mag er een meisje komen?’ Op die vraag hoefde Petra niet lang na te denken, ze is zelf al vele jaren pleegouder en heeft meerdere crisisplaatsingen gehad. Dit zou haar twaalfde pleegkindje worden! Een uur later stonden de jeugdbeschermers voor de deur met Naomi.

Voor Nel is Naomi haar tweede kind. Nel is 43 jaar en woont begeleid. Twee dagen na de plaatsing van Naomi mocht Nel langskomen bij Petra en Alex om kennis te maken. Nel: “Ik was heel zenuwachtig.” Petra lacht: “Ik ook!” En daarmee was het ijs gelijk gebroken. Vanaf die dag bespreken Petra en Nel alles met elkaar. Ze appen geregeld met elkaar en sturen elkaar ook foto’s van Naomi.

De eerste acht maanden bleef Naomi bij Petra en Alex, veel langer dan gebruikelijk voor een crisisplaatsing. In die periode hebben de pleegouders Naomi verzorgd en opgevoed, maar ook hebben ze Nel begeleid in de verzorging van Naomi. Nel kwam drie keer per week langs en dan leerden Petra en Alex haar hoe ze een bedje moest opmaken, hoe ze een luier moest verschonen, hoe ze haar moest wassen. Nel: “Ze hebben mij alles geleerd!” Petra: “We moesten eigenlijk helemaal opnieuw beginnen met de verzorging aanleren.”

Verder lezen? Klik hier voor het hele artikel.

„Naomi is mijn twaalfde pleegkindje.“

— Petra


Niet 1, niet 2 maar 3 pleegkinderen in huis!

“Pleeggezin worden? Dat doe je vanuit je hart”, vertellen Lilian en Guus Brugman uit Venray. Lilian heeft al een zoon uit een eerdere relatie, Guus heeft zelf geen kinderen. Samen wilden ze dolgraag nog iets betekenen voor een kind. “Je gunt ze de fijne opvoeding die je zelf hebt gehad.” Na een infobijeenkomst bij Rubicon, een screening en een training waren ze er helemaal klaar voor. Tot hun verrassing kregen ze de vraag: ‘Eén kind prima, maar wil je er ook drie?’

Het was hartje zomer 2018. Drie broertjes van (toen) 5, 10 en 11 jaar waren dringend op zoek naar een pleeggezin. De jongens hadden al een jaar in een jeugdinstelling gewoond, omdat hun biologische ouders niet in staat waren voor ze te zorgen. Ze waren jong, onthecht en op zichzelf aangewezen. Lilian en Guus schrokken wel even, maar dachten al snel: ach, waarom niet? “Het leek ons niet goed dat ze uit elkaar gehaald zouden worden.

In het begin was het natuurlijk wennen, aan beide kanten. “Net als puzzelstukjes die je in de lucht gooit en weer aan elkaar probeert te leggen. Dat kost gewoon tijd. De jongens kregen te maken met een nieuw gezin, andere regels, een nieuwe school. Hun leven bewaard in 1 vuilniszak met spulletjes. Ook voor ons was het niet altijd makkelijk. Je huishouden verdubbelt ineens van 3 naar 6 mensen. En ja, dan ren je jezelf wel ‘s voorbij. Gelukkig kregen we veel steun van onze omgeving.”

Guus en Lilian hebben geen moment getwijfeld aan hun keuze. “De jongens passen echt bij ons. En het is mooi om ze te zien opbloeien. Wat zijn we trots op ze! Ze hebben vriendjes gemaakt, je hoort ze zingen in de badkamer, ze voelen zich hier helemaal thuis. We willen de jongens een goede basis meegeven, zodat ze straks klaar zijn om de wereld in te kunnen. Of dat nu op hun 18e, 21e of later is, dat maakt ons niet uit. Laatst vroeg de jongste: ‘Mag ik alsjeblieft tot mijn 80e bij jullie blijven wonen?’ Dat is toch mooi? Pleegouder zijn heeft ons leven echt verrijkt. Het zijn ‘onze jongens’ en we gaan voor ze door het vuur.”   

Hebben ze tips voor mensen die ook pleeggezin willen worden? “Denk er goed over na. Het is geen hobby die je er even bij doet. Je moet er écht voor de kinderen zijn, voor de volle 100%. En álle gezinsleden moeten achter de keuze staan, dus ook je eigen kinderen.”

,,De jongste vroeg: Mag ik alsjeblieft tot mijn 80e bij jullie blijven wonen?''

— Lilian




Jacob en Ina zijn gezinshuisouders

In een gezinshuis wonen kinderen, jongeren of volwassenen die niet meer thuis kunnen wonen. Ze kunnen ook niet naar een pleeggezin, want daarvoor is de zorgvraag te complex.

 

 

Gezinshuisouders Jacob en Ina wilden graag een groot gezin en zorgen naast hun eigen kinderen ook voor vier andere kinderen: “Dit zijn kinderen die niet zelf kiezen waar ze wonen en de situatie is zoals ie is. Als wij een klein beetje mee kunnen helpen aan iets goeds, dan doen wij dat.”

Meer lezen over gezinshuizen? Klik hier.

 

 

,,Wij helpen graag mee aan iets goeds.''

— Jacob en Ina


“Sinds we zorgouders zijn, praten we meer met elkaar dan ooit”

Mariëlle (39) en Geert (42) zijn échte aanpakkers. Ze hebben 4 thuiswonende kinderen in de leeftijd van 11 tot 19 jaar. Daarnaast runnen ze een zorgboerderij voor kinderen en jongeren met een beperking en bieden ze crisisopvang aan baby’s en kleine kinderen. Onlangs realiseerden ze nog een lang gekoesterde wens: een moeder-kindopvang aan huis. De garage werd met behulp van crowd funding omgebouwd tot appartementje voor moeder en kind. 

Hoe zijn jullie ooit begonnen?

Mariëlle: “Ik werkte vroeger in de toeristische sector, onder meer als stewardess. Daar ben ik mee gestopt toen de oudste een half jaar was. Ik werkte nog een tijdje mee in de stal, maar miste toch het contact met mensen. In een autisme-tijdschrift las ik over het bestaan van zorgboerderijen voor jongeren met een beperking. Dat leek me wel iets. Ook Henri zag het wel zitten. We zijn allebei gek op kinderen. Na een oriëntatie en goede voorbereiding zijn we begonnen met de zorgboerderij. Dat ging heel goed, we vonden én vinden het ontzettend leuk om te doen. Onze doelgroep zijn kinderen tussen 4 en 14 jaar die een verstandelijke of psychische beperking hebben. Op een dag vroeg Bijzonder Jeugdwerk of we ook een 24-uurs crisisopvang voor jonge kinderen konden doen. Dat wilden we wel proberen. Onze jongste zoon was 2 toen BJ voor het eerst aanbelde met een baby van 9 dagen oud.”

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van een zorgouder?
Mariëlle: “Je moet natuurlijk om andermans kinderen kunnen geven, dat spreekt voor zich. Daarnaast is het belangrijk dat je openstaat voor de familie van het kind. Want die krijg je erbij. Als je kiest voor crisisopvang, dan moet je heel flexibel kunnen zijn. We hebben meegemaakt dat BJ belde of er plek was en dat ze 3 uur later al met het kind op de stoep stonden. Een kindje wordt ergens weggehaald, omdat het daar niet meer veilig is. Je moet dus heel snel kunnen schakelen. Verder moet je het kind rust kunnen bieden in je gezin. Want deze kinderen hebben veel meegemaakt.”

Heb je een achtergrond in de hulpverlening nodig?
Mariëlle: “Nee voor het runnen van een zorggezin is dat niet nodig, maar een beetje affiniteit helpt wel. Ik vind dit werk zo leuk dat ik ben begonnen met de deeltijd-hbo Pedagogiek. Ik wilde me graag verder ontwikkelen. Het is een boeiende studie, maar ook best zwaar om ernaast te doen. Daarom doe ik nu twee jaar over het laatste studiejaar. Je moet leren om je eigen grenzen goed te bewaken, dat heb ik door de jaren wel geleerd. Als ze bijvoorbeeld opvang zoeken voor een kind en het komt echt niet uit, moet je ook ‘nee’ durven zeggen.”

Heb je ook contact met de biologische ouders van een kind?

Geert: “Ja, een goede samenwerking met de ouders is heel belangrijk, omdat het de bedoeling is dat het kind weer terug naar huis kan. Een kind blijft altijd loyaal aan zijn ouders, wat die ouder ook heeft gedaan. We vragen een kind heel bewust om ons ‘Mariëlle en Geert’ te noemen en geen ‘papa en mama’. Het duurt even om het vertrouwen van ouders te winnen, want in het begin reageren de meeste ouders gekwetst. We leggen dan uit dat wij niet de betere ouders willen zijn. Wij zijn ook maar mensen. We zorgen alleen tijdelijk voor hun kind tot ouders het weer zelf kunnen. Tijdens zo’n bezoekje kijken we hoe ouders met hun kind omgaan. Het moet natuurlijk wel verantwoord zijn om een kind naar huis te laten gaan. Als ouders schreeuwen of schelden tegen hun kind, dan geven we dat door aan BJ.”

Raak je aan sommige kinderen gehecht? 

Mariëlle: “We hebben bewust gekozen voor crisisopvang, vanwege de afwisseling. De insteek is dat een kind weer terug naar huis gaat. Dat hou je in je achterhoofd. Wel is het zo dat je met het ene kind een betere klik hebt dan met een ander. Het moeilijkst vinden we kinderen met hechtingsproblemen. Het gedrag van afstoten en aantrekken. Eerst geen knuffel willen, een seconde later weer wel. Het uittesten hoever ze bij je kunnen gaan. Je ziet dat het kind liefde nodig heeft, maar niet weet hoe liefde te ontvangen. Dat raakt je zo diep. Wat dan helpt is erover praten, met elkaar en met de begeleider van BJ.” 

Heb je nog een advies voor nieuwe zorgouders?
Mariëlle: “Ik vind het soms lastig dat je weinig weet over het kind dat bij je komt. Soms kom je er later achter, soms ook niet. Daar moet je mee kunnen omgaan. Ik probeer wel uit te vinden hoe het moment verliep dat het kind van huis werd weggehaald. Een uithuisplaatsing is zo heftig. Een tijdje geleden hadden we een kindje die door de politie van school was geplukt. Hij dacht dat hij voor straf naar ons moest. Het is heel belangrijk om het kind te laten merken dat het niet schuldig is aan de uithuisplaatsing.”

Zorggezin zijn, wat betekent dat voor jullie relatie?

Mariëlle: “Geert en ik staan er allebei hetzelfde in: we delen een passie. Daar kies je voor, al heb je soms minder quality time met elkaar dan je zou willen. De tijd die je samen hebt, moet je bewust inplannen. Daar staat tegenover dat we nu méér met elkaar praten dan we ooit gedaan hebben. Er is elke dag zoveel te bespreken! Je maakt zoveel mee, met de opvangkinderen, maar ook met hun familie. Er gebeuren dingen die je raken, die je kwijt moet. Ik ben een emotioneel mens en Geert is wat rationeler. Zo houden we elkaar in evenwicht. Als je geen partner hebt met wie je goed kunt praten, moet je er niet aan beginnen.”

Waarom wilden jullie een moeder- en kindopvang erbij?

Mariëlle: “Vijf jaar geleden hadden we een Somalisch meisje in huis van wie de moeder zwaar getraumatiseerd was. Die moeder woonde alleen op een flatje. We zagen haar verdriet om het afstaan van haar kind. In overleg met de hulpverleners mocht ze 8 uur per week bij ons komen om met haar dochter te spelen en haar in bad te doen. Dat vond ze geweldig. Nadat het kind was overgeplaatst naar een pleeggezin, overleed de moeder. Zij heeft nooit echt de kans gehad om voor haar kind te zorgen. Dat raakte ons heel erg. Wij willen daarom jonge moeders een kans geven om aan hun toekomst te werken met hun kind nabij, zodat de hechting goed op gang komt en ze samen een goede start maken. Pas geleden is ons nieuwe moeder- en kind appartement geopend door het Somalische meisje, ze is nu 6 jaar. Een mooi moment.” 

Hoe vind je de begeleiding van Bijzonder Jeugdwerk?
Mariëlle: “Die verloopt heel prettig, de lijnen zijn kort. Wat we het meest waarderen is dat ze altijd direct voor je klaar staan, van ‘s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en ook in het weekend. Toen onze zoon enkele jaren geleden een ongeluk kreeg en veel verzorging nodig had, heeft BJ de twee zorgkinderen die nog geen week bij ons waren, meteen bij ons weggehaald en bij een ander gezin ondergebracht. Ze houden op allerlei manieren rekening met ons, dat is heel fijn. Ooit hadden we een kindje dat in dezelfde klas werd geplaatst als onze eigen dochter. Dat was niet handig, ze zaten bijna 24 uur per dag op elkaars lip. We hebben dat met BJ besproken en sindsdien zijn we er alert op. 

Hoe komt het dat jullie dit werk al zolang volhouden? 

Geert: “We willen kinderen een stabiele basis geven, dat is onze grote passie. En we zijn net zo begaan met de kinderen als met hun ouders. Ook zij hebben het niet gemakkelijk, vaak zijn er persoonlijke problemen, schulden etc. Het is ontroerend als een moeder je komt bedanken met een plantje, omdat we zo goed voor haar kind hebben gezorgd. We vinden het ook bijzonder dat Mariëlle aanwezig mag zijn bij de bevalling van het zwangere meisje dat we nu in huis hebben. Dat iemand jou dit vertrouwen schenkt, dat is mooi.”

Lees het hele verhaal hier.

,,Je moet een kind rust kunnen bieden in een gezin.''

—  Mariëlle

 




“Ze kan bij ons gewoon kind zijn”

Lieve (29) is getrouwd met Lars (29). Ze zijn ouders van Sten (5) en Yannick (3). Lars werkt bij de politie en Lieve runt het huishouden. Ze is afgekeurd omdat ze gewrichtsklachten heeft vanwege een chronische ziekte. Zij zijn sinds kort zorggezin.

“Een stabiele relatie is heel belangrijk als je hieraan begint. Lars en ik kennen elkaar al 17 jaar en zijn goed op elkaar ingespeeld. Als kind had ik zelf een ellendige jeugd. Ik groeide op in een gezinssituatie die niet fijn was. Mijn moeder stierf jong en als 12-jarige deed ik het huishouden al. Soms kwam ik bij een vriendje thuis en dan zag ik hoe een normaal gezin gezellig aanschoof aan een door moeder gedekte tafel. Dan kon ik wel janken. Wat was ik graag opgevangen door zo’n gezin. Ik vind het geweldig dat ik nu, naast mijn eigen gezin, een meisje kan opvangen dat het niet gemakkelijk heeft. Ik wil haar de aandacht en warmte geven die ik zelf heb gemist. Annika is 13 en ons eerste gastkind. Tien maanden geleden kwam ze bij ons wonen. Ook háár moeder is jong gestorven. Omdat haar vader een niet-aangeboren hersenletsel heeft, kan hij moeilijk voor zijn dochter zorgen. Hoeveel pech kun je hebben? Haar vader is heel blij dat zijn dochter hier kan wonen. Ik wil hem graag overal in betrekken, dus we bellen regelmatig om iets te overleggen. Bij ons leert Annika de gewone dingen: zichzelf verzorgen, gezond eten, vrije tijd indelen, hulp durven vragen. Maar het belangrijkste: ze kan hier weer kind zijn. Mijn eigen kinderen zijn dol op hun ‘grote zus’, ze spelen vaak samen in de zandbak of op de trampoline. Omdat wij voor het eerst een kind opvangen, is het nog wat zoeken naar de balans. Hoe verdeel je de aandacht tussen alle gezinsleden zodat je niemand te kort doet? Gelukkig krijgen we goede begeleiding van BJ. Annika is een lieve meid en ze is hier graag. Soms krijgen we ineens een lieve brief of een tekening van haar, dat ontroert ons. Samen met haar vader, oma en broers zijn we gaan kijken naar de musical van groep 8, waarin ze solo zong. Een ontroerend moment! Onze toekomstdroom is een groter huis, zodat we nog meer kinderen kunnen opvangen. Toen ik werd afgekeurd vanwege mijn ziekte, voelde ik me nutteloos. Maar op deze manier kan ik toch mijn steentje bijdragen en daar ben ik blij om!”

 

 

,,Ze kan hier weer kind zijn.''

— Lieve

Help ook mee!
Contact

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.


Thuis door jou

Thuis door jou is een samenwerking van Noord-Limburgse gemeentenBijzonder Jeugdwerk, 's Heeren Loo, Rubicon Jeugdzorg en WSGV.